Net zoals het bloed in een bepaald ritme door onze aderen stroomt en de adem haar eigen ritme kent, zo heeft ook het hersenen- en ruggenmergvocht hun eigen ritme, nl. het Cranio-Sacraal ritme.
Het centrale zenuwstelsel bestaat uit: de hersenen en het ruggenmerg, het vlies dat daar omheen zit en het hersenvocht dat tussen die twee vloeit. Het hersenvocht schept zijn eigen cranio-sacrale ritme via een pompsysteem diep in de hersenen.
Men ontdekte dat er 3 cranio - sacrale ritmes te onderscheiden zijn.
- een snel ritme, dat overheerst in ons dagelijkse leven. Dit ritme pulseert met een frequentie van 7 á 14 per minuut. Dit ritme wordt het PAM genoemd = primair ademhalingsmechanisme. De eerste ademhaling die een baby maakt is het ritme van de schedel. Dit ritme start reeds in de baarmoeder en duurt tot na de fysieke dood.
- Wanneer je meer naar de diepte gaat is er een trager ritme te palperen: 2 á 7 per minuut. In dit ritme krijg je niet alleen toegang lokaal, maar tot het ganse lichaam. Het ganse lichaam toont hier een beeld.
- Als je nog verder gaat in de ontspanning van de weefsels, ontdek je een volgend ritme waarbij het ongeveer 1,5 minuut duurt om 1 maal naar expansie te gaan en daarna terug naar binnen te gaan. De grootste kenmerk is als het ware dat je niets meer kan volgen en dat je zelf precies verdwijnt in dat ritme. Hier kom je in contact met "the breath of life"; de werkelijke levensadem. Dit gaat over de connectie met de kosmische energie die in het cranio -sacrale systeem aanwezig is.
Door de opvallende resultaten en nieuwe technieken, heeft de Cranio-Sacrale therapie zich ontwikkeld tot een zelfstandige therapievorm. "De Amerikaanse Michican State University" gaf Upledger in 1975 de kans om het bestaan van het Cranio-Sacrale systeem definitief te bewijzen. Inmiddels dringt het belang van dit systeem langzaam door tot de gezondheidszorg in Amerika en sinds 1990 ook in Europa (in England sinds 1980).
Hoe werkt het cranio sacraal systeem?
Het zenuwstelsel is als volgt opgebouwd: tijdens de vorming van het embryo ontwikkelt het zenuwstelsel zich het eerst. Rond het jong ontwikkelende zenuwstelsel vormen zich wervels en tussenwervelschijven die dienen als schokdempers en het zenuwstelsel beschermen. De meest belaste plaats situeert zich aan de onderkant van de wervelkolom. Daar moet het ganse gewicht van het bovenlichaam en hoofd gedragen worden. Daarvoor heeft de natuur besloten dat het beter was om de onderste wervels aan elkaar te laten groeien, zodat ze het volledige gewicht konden dragen. Dit gebied noemt men het sacrum of heiligbeen. Langs boven groeit het ruggenmerg uit tot aan de schedel (cranium) die bescherming biedt aan de hersenen. Beweging is belangrijk t.h.v. de wervelkolom, terwijl bij het sacrum steun belangrijk is en totale bescherming in de schedel.
Het ganse ruggenmerg is omgeven door een vlies: de "Dura Mater" (het buitenste hersenvlies). Deze is waterdicht, zodat daarbinnen een vloeistof (het zogenaamde cranio – sacrale vocht of hersenvocht) circuleert dat niet kan weglekken. De Dura Mater bedekt o.a. de binnenzijde van de schedel en is daar, en tevens op een paar plaatsen in de wervelkolom vastgehecht.
Het is wetenschappelijk aangetoond, dat er in de naden tussen de schedelbeenderen bloedvaten, zenuwuiteinden en bindweefselvezels aanwezig zijn.
Hierdoor is het mogelijk dat de schedelbeenderen met het hersenvlies meebewegen. De schedel bestaat immers uit beweegbare platen. Via een pompsysteem binnenin de hersenen wordt er druk uitgeoefend zodat het hersenvocht op het ritmische manier circuleert (het bestaan van dit ritme werd ook wetenschappelijk bewezen).
Dit ritme uit zich als een uitdeinende en inkrimpende golf die over gans het lichaam voelbaar is. Het cranium zet uit waardoor ook de wervels lichtjes uit elkaar geduwd worden (zodat de tussenwervelschijven even kunnen ontspannen), het sacrum draait naar onder (uitdeinend) en vervolgens draait alles naar binnen. Kortom het is "de ademhaling en regulator" van ons zenuwstelsel en dus ook van ons lichaam.
Sutherland gaf aan dit ritme de naam "The breath of life".
De schedelbeenderen, de wervels en het heiligbeen bewegen (uiteraard minimaal) door deze ritmische in - en uitgaande golfbeweging (eb en vloed). Hierdoor varieert de hoeveelheid vloeistof zodat ook de druk van het hersenvlies op de schedelbeenderen wisselt.
Zowel de hersenvliezen als de ruggenmergvliezen maken deel uit van het bindweefselsysteem waardoor deze beweging dus ook in het bindweefsel waarneembaar is.
Dit ritme is voelbaar voor de ervaren therapeut.
- gespannenheid, stressklachten
- vermoeidheid, chronische vermoeidheid, overspanning
- hoge bloeddruk
- hoofdpijn: spanningshoofdpijn, migraine
- slaapproblemen: inslapen, doorslapen, nachtelijke benauwdheid
- burn-out
- benauwdheid of kortademigheid, hoesten, verkeerde' ademhaling
- hyperventilatie
Spanningsproblemen met een somatische oorzaak:
- lichamelijke trauma bv. bij de geboorte, een val of een ongeluk enz. Met als resultaat een minimale verschuiving, waardoor er een drukverandering ontstaat en dus ook een disbalans van het systeem met als gevolg(en) bv: houding - en bewegingsproblemen, leer - en gedragsproblemen, coördinatie - en spraakstoornissen, concentratieproblemen.
- fybromyalgie, pijnbestrijding
- klachten bij longaandoeningen: longproblemen: astma
- Inwendige orgaan problemen: (onder-) buikklachten zoals maag- en darmproblemen
Functionele problemen van houding, adem, stem en beweging:
- rug-, schouder- en nekklachten
- RSI (recidief)
- ademproblemen
- verbetering rompbalans
- chronische pijnen
- whiplash
- stemproblemen dysfonie (heesheid), stotteren.
Psychische problemen:
- emotionele trauma's (b.v. onverwerkte jeugdherinneringen, te grote werkdruk, verlies door scheiding of overlijden enz.) wanneer deze niet de kans krijgen om verwerkt te worden zetten zij zich vast "als spanning" in het geheugen van het bindweefsel, de spieren, de organen enz. waardoor er een disbalans ontstaat in het systeem met als gevolg(en) bv. hoofdpijn, scoliose, astma, duizeligheid, geheugenverlies e.d.
- angst
- depressie
- energiegebrek
- fobieën, paniek
- eenzaamheid
- traumaverwerking: post-traumatische klachten, mishandeling en misbruik.
- negatieve lichaamsbeleving: anorexia, boulimia
- psychosomatische klachten
Geschiedenis
De craniale osteopathie van William Sutherland
De cranio - sacrale therapie is ontstaan vanuit de osteopathie. De Amerikaanse osteopaat William Sutherland, ontdekte het craniale systeem omstreeks 1920-1930.
Hij ontdekte dat de schedel bewoog, en dit in tegenstelling tot de kritische medische wereld. Om dit te bewijzen deed hij zelf een aantal proeven. Zo liet hij een soort helm ontwikkelen met houten platen. Met deze platen oefende hij druk op een bepaalde plaats van de schedel en observeerde wat er gebeurde na enkele dagen en weken. Hij deed deze onderzoeken in de eerste plaats op zichzelf. Sutherland merkte dat hij last kreeg van hoofdpijn en spijsverteringsstoornissen, waarmee hij bewees dat de schedelbotten daadwerkelijk bewogen. Zo ontdekte hij dat er een relatie bestaat tussen de verschillende schedelbeenderen en b.v. depressies, concentratiestoornissen, links - rechts coördinatie, sinusproblemen, migraines, hoofdpijnen enz...
De Cranio-Sacraal therapie van John Upledger
De methode werd onderwezen vanaf 1940 en kreeg halverwege de jaren 1970 een explosie door osteopaat dr. John E. Upledger. Hij ontdekte tijdens het assisteren van een operatie per toeval, dat het hersenvlies bewoog. Hij observeerde een ritme in de schedel die tot dan nog onbekend was: het anders dat het hartritme en het ademhalingsritme. Op basis van deze ervaring ontwikkelde hij een behandelmethode, waarmee diverse klachten gunstig worden beïnvloed. De ritmische beweging, het zogenaamde Cranio-Sacraal ritme dient als uitgangspunt voor deze behandeling.